Een elektrische kachel van 1.000 watt klinkt misschien krachtig, maar voor de ene kamer is dat ruim voldoende en voor de andere veel te weinig. Het benodigde vermogen hangt namelijk niet alleen af van het aantal vierkante meters. Ook de hoogte van de kamer, de isolatie, het glas, het soort ruimte en de gewenste temperatuur spelen een belangrijke rol.

Een veelgemaakte fout is om simpelweg te zeggen: zoveel vierkante meter betekent zoveel watt. Dat is handig als snelle richtlijn, maar het verhaal is in werkelijkheid iets ingewikkelder.
Een slaapkamer van 15 m² met goede isolatie kan met veel minder vermogen worden verwarmd dan een vrijstaande ruimte van dezelfde grootte met enkel glas, koude buitenmuren en een slecht geïsoleerd dak.
In dit artikel leggen we uit hoeveel vermogen een elektrische kachel nodig heeft, hoe je dat zelf kunt berekenen en waarom een zwaardere kachel lang niet altijd de betere keuze is.
Wat betekent het vermogen van een elektrische kachel?
Het vermogen van een elektrische kachel wordt uitgedrukt in watt. Je ziet bijvoorbeeld 500, 1.000, 1.500, 2.000 of 2.500 watt op het apparaat staan.
Het wattage zegt hoeveel elektrische energie de kachel maximaal gebruikt wanneer het verwarmingselement volledig is ingeschakeld. Tegelijk geeft het een indicatie van hoeveel warmte de kachel kan produceren.
Een kachel van 2.000 watt kan dus ongeveer twee keer zoveel verwarmingsvermogen leveren als een kachel van 1.000 watt.
Dat betekent overigens niet dat een kachel van 2.000 watt automatisch twee keer zoveel energie verbruikt. Als de thermostaat ervoor zorgt dat het verwarmingselement maar de helft van de tijd actief is, ligt het werkelijke verbruik veel lager.
Voor het kiezen van een kachel is het vermogen vooral belangrijk omdat een te lichte kachel de gewenste temperatuur mogelijk niet haalt.
Wat is het meest gangbare vermogen van een elektrische kachel?
Voor losse elektrische kachels is 2.000 watt een veelvoorkomend vermogen. Dat is niet toevallig.
Met 2.000 watt kun je een gemiddelde slaapkamer, werkkamer of redelijk geïsoleerde kleinere woonkamer behoorlijk verwarmen. Voor een grote of slecht geïsoleerde ruimte kan het echter onvoldoende zijn.
Je komt daarnaast veel kachels tegen van ongeveer 500 tot 1.500 watt. Die zijn interessant voor kleine ruimtes of voor plaatselijke verwarming.
Aan de andere kant bestaan er ook elektrische verwarmers met een vermogen van 2.500 watt of meer. Bij dergelijke vermogens moet je wel extra letten op de elektrische installatie. Een krachtige kachel neemt namelijk een flink deel van de beschikbare capaciteit van een normale groep in beslag.
Het meest gangbare vermogen is dus niet hetzelfde als het juiste vermogen. Een kachel van 2.000 watt is populair, maar dat betekent niet dat iedere kamer een kachel van 2.000 watt nodig heeft.
Hoeveel watt heb je nodig om een kamer te verwarmen?
Voor een snelle berekening kun je uitgaan van ongeveer 35 tot 90 watt per vierkante meter. Waar je binnen die bandbreedte uitkomt, hangt vooral af van de isolatie en de omstandigheden.
Een goed geïsoleerde kamer heeft veel minder verwarmingsvermogen nodig dan een tochtige ruimte.
Als grove richtlijn kun je denken aan:
| Situatie | Richtwaarde |
|---|---|
| Zeer goed geïsoleerd | ongeveer 35-45 watt per m² |
| Goed geïsoleerd | ongeveer 45-60 watt per m² |
| Gemiddeld geïsoleerd | ongeveer 60-75 watt per m² |
| Slecht geïsoleerd | ongeveer 75-90 watt per m² |
| Zeer koud/tochtig of veel glas | soms 90 watt per m² of meer |
Dit zijn richtwaarden en geen exacte installatienormen.
Een kamer van 20 m² met een plafond van ongeveer 2,5 meter heeft bijvoorbeeld bij goede isolatie misschien genoeg aan ongeveer 1.000 tot 1.200 watt.
In een slecht geïsoleerde ruimte kan voor dezelfde kamer eerder 1.500 tot 1.800 watt nodig zijn.
Dat verschil is aanzienlijk.
Waarom rekenen per kubieke meter soms beter is
Vierkante meters zeggen niet alles. Een kamer van 20 m² met een plafond van 2,4 meter bevat namelijk veel minder lucht dan een kamer van 20 m² met een plafond van 3,2 meter.
Bij een hoge kamer moet je daarom eigenlijk naar de inhoud kijken.
De berekening is eenvoudig:
lengte × breedte × hoogte = inhoud in kubieke meters
Een kamer van 5 bij 4 meter met een plafond van 2,5 meter heeft:
5 × 4 × 2,5 = 50 m³
Bij een plafond van 3 meter is dezelfde kamer:
5 × 4 × 3 = 60 m³
Dat is 20 procent meer inhoud.
Vooral bij hoge plafonds, serres, oude woningen en ruimtes met een open verbinding naar een verdieping is rekenen met alleen het vloeroppervlak daarom minder betrouwbaar.
De formule voor het benodigde vermogen van een elektrische kachel
Een praktische manier om het benodigde vermogen te schatten is:
benodigd vermogen = inhoud van de ruimte × benodigde watt per m³
Je berekent eerst de inhoud van de ruimte:
lengte × breedte × hoogte
Daarna vermenigvuldig je de uitkomst met een richtwaarde voor de isolatie.
Een eenvoudige richtlijn is bijvoorbeeld:
goed geïsoleerd: ongeveer 35 watt per m³
gemiddeld geïsoleerd: ongeveer 45 watt per m³
slecht geïsoleerd: ongeveer 50 watt per m³ of meer
Stel dat een kamer 4 bij 5 meter is en 2,5 meter hoog.
De inhoud is:
4 × 5 × 2,5 = 50 m³
Bij een goed geïsoleerde kamer:
50 × 35 = 1.750 watt
Bij een matig geïsoleerde kamer:
50 × 45 = 2.250 watt
Bij een slecht geïsoleerde kamer kan het benodigde vermogen nog hoger liggen.
Deze berekening geeft een bruikbare indicatie, maar geen exacte warmtevraag. Voor een nauwkeurige berekening moet je onder meer rekening houden met warmteverlies door alle afzonderlijke bouwdelen en met de gewenste binnentemperatuur.
Waarom er niet één perfecte formule bestaat
Op internet zie je nogal eens een formule waarbij iedere woonkamer met hetzelfde aantal watt per vierkante meter wordt berekend.
Dat is gemakkelijk, maar eigenlijk te simpel.
Een kamer van 25 m² kan bijvoorbeeld drie buitenmuren hebben, terwijl een andere kamer van 25 m² tussen twee verwarmde ruimtes ligt. De eerste verliest veel meer warmte.
Ook maakt het uit of boven de kamer een verwarmde verdieping zit of een onverwarmde zolder. En een grote glazen pui kan meer invloed hebben dan een extra vierkante meter vloeroppervlak.
Daarom moet je een berekening altijd zien als een inschatting.
Het belangrijkste is dat je niet te laag uitkomt. Een kleine marge naar boven is meestal verstandiger dan een kachel die continu maximaal moet werken en de gewenste temperatuur nauwelijks haalt.
Welke factoren bepalen hoeveel vermogen je nodig hebt?
De oppervlakte van de kamer is belangrijk, maar zeker niet de enige factor.
De grootte van de kamer
Hoe groter de ruimte, hoe meer warmte nodig is om de temperatuur op peil te houden.
Een kachel van 1.000 watt kan prima zijn voor een kleine slaapkamer, maar is voor een grote woonkamer meestal te licht.
De hoogte van de kamer
Een hoge ruimte bevat meer lucht en heeft vaak een groter te verwarmen volume.
Daarnaast stijgt warme lucht naar boven. Bij een hoog plafond kan daardoor relatief veel warmte bovenin de ruimte terechtkomen terwijl je beneden zit.
Een plafond van 3,5 meter vraagt daarom om een andere aanpak dan een modern plafond van 2,4 meter.
De isolatie van de muren
Een goed geïsoleerde muur houdt de warmte binnen.
Bij een ongeïsoleerde buitenmuur gaat veel warmte verloren. De elektrische kachel moet dan langer blijven verwarmen om dezelfde temperatuur te behouden.
Muurisolatie kan daardoor een behoorlijk verschil maken in het benodigde vermogen.
Het dak en de vloer
Bij een kamer onder een goed geïsoleerde verdieping is het warmteverlies naar boven beperkt.
Een kamer direct onder een slecht geïsoleerd dak is een ander verhaal.
Hetzelfde geldt voor een vloer boven een koude kruipruimte of boven een onverwarmde garage.
Het aantal buitenmuren
Een kamer met vier binnenmuren heeft doorgaans minder warmteverlies dan een hoekkamer met twee of drie buitenmuren.
Dat verschil wordt vooral merkbaar bij oudere woningen.
Ramen en deuren
Glas is een belangrijk onderdeel van het warmteverlies.
Een kamer met een klein raam heeft een andere warmtevraag dan een kamer met een grote glazen schuifpui.
Ook deuren naar koude ruimtes kunnen invloed hebben.
De gewenste temperatuur
Het maakt uit of je 17, 18, 20 of 22 graden wilt.
Hoe hoger de gewenste binnentemperatuur, hoe groter het temperatuurverschil met buiten en hoe meer warmte je moet blijven toevoegen.
Een slaapkamer die je op 17 of 18 graden houdt, heeft daarom veel minder vermogen nodig dan een badkamer die snel naar 23 of 24 graden moet worden gebracht.
De buitentemperatuur
Een kachel die op een frisse herfstdag voldoende vermogen heeft, kan tijdens een stevige vorstperiode tekortschieten.
Bij een elektrische kachel is dat niet anders dan bij centrale verwarming.
Daarom is het verstandig om bij het kiezen van het vermogen ook te kijken naar de koudste omstandigheden waarin je de ruimte wilt gebruiken.
Wat is het effect van dubbel glas?
Dubbel glas isoleert aanzienlijk beter dan enkel glas. Daardoor verdwijnt minder warmte door het raam.
Dat heeft twee gevolgen.
Ten eerste is minder verwarmingsvermogen nodig om de ruimte op temperatuur te houden.
Ten tweede voelt de ruimte vaak comfortabeler aan. Een raam met slecht isolerend glas kan in de winter koud aanvoelen, zelfs wanneer de lucht in de kamer 20 graden is.
Niet ieder dubbel glas is trouwens hetzelfde. Oud dubbel glas kan duidelijk minder goed isoleren dan modern hoogrendementsglas.
Daarom is “dubbel glas” op zichzelf geen perfecte maatstaf voor de warmtevraag.
Heb je veel glas in de kamer, dan is de kwaliteit van dat glas extra belangrijk. Een woonkamer met een grote glazen pui kan ondanks goede muurisolatie nog steeds behoorlijk wat warmte verliezen.
Hoeveel scheelt muurisolatie?
Muurisolatie kan de warmtevraag flink verminderen.
Bij een slecht geïsoleerde muur stroomt warmte gemakkelijker naar buiten. Is de muur goed geïsoleerd, dan blijft de warmte langer binnen.
Dat betekent niet dat je na het isoleren automatisch een veel kleinere kachel moet kopen.
Een kachel van bijvoorbeeld 2.000 watt blijft gewoon 2.000 watt leveren wanneer hij volledig aanstaat. Het verschil is dat hij na isolatie minder lang hoeft te werken.
Dat is een belangrijk onderscheid.
Isolatie maakt een elektrische kachel niet krachtiger. Het zorgt ervoor dat je minder warmte nodig hebt.
Wat is het effect van dubbel glas én muurisolatie?
Wanneer een kamer zowel goed geïsoleerde muren als goed isolerend glas heeft, wordt het warmteverlies aanmerkelijk kleiner.
Daarmee verschuift de berekening.
Een kamer van 20 m² in een moderne, goed geïsoleerde woning kan genoeg hebben aan een relatief bescheiden kachel. In een oude woning met dezelfde oppervlakte kan een veel krachtiger kachel nodig zijn.
Het verschil zit dus niet in de oppervlakte, maar in hoeveel warmte de kamer verliest.
Dit is ook de reden dat het energielabel van een woning nuttige informatie kan geven. Het label vertelt niet precies hoeveel watt je elektrische kachel moet hebben, maar het geeft wel een indruk van de energetische kwaliteit van de woning.
Hoeveel vermogen heeft een woonkamer nodig?
Een woonkamer is meestal de ruimte waarvoor je het meeste verwarmingsvermogen nodig hebt.
Voor een gemiddelde woonkamer van ongeveer 25 tot 30 m² kun je grofweg denken aan:
goed geïsoleerd: ongeveer 1.000 tot 1.500 watt
gemiddeld geïsoleerd: ongeveer 1.500 tot 2.000 watt
slecht geïsoleerd: ongeveer 2.000 tot 2.700 watt of meer
Dit blijft een richtlijn.
Een woonkamer van 30 m² met een plafond van 2,4 meter en goede isolatie is een heel andere situatie dan een woonkamer van 30 m² met een plafond van 3 meter, drie buitenmuren en een grote glazen pui.
Bij een grote woonkamer kan het bovendien beter zijn om twee warmtebronnen op verschillende plaatsen te gebruiken dan één zeer krachtige kachel.
Hoeveel vermogen heeft een slaapkamer nodig?
Een slaapkamer hoeft meestal minder warm te zijn dan een woonkamer.
Bovendien is een slaapkamer vaak kleiner en wordt hij maar een beperkt aantal uren gebruikt.
Voor een slaapkamer van ongeveer 12 tot 15 m² is een kachel van 750 tot 1.500 watt in veel situaties voldoende.
In een goed geïsoleerde slaapkamer kan zelfs minder vermogen genoeg zijn.
Bij een koude slaapkamer met enkel glas, een buitenmuur en weinig isolatie kan juist meer vermogen nodig zijn.
Het is vooral verstandig om niet alleen naar de grootte te kijken, maar naar de temperatuur die je daadwerkelijk wilt bereiken. Een slaapkamer op 18 graden vraagt minder verwarmingsvermogen dan een slaapkamer die snel naar 21 graden moet.
Hoeveel vermogen heeft een badkamer nodig?
Een badkamer is een bijzondere ruimte.
Je wilt hem vaak maar kort verwarmen, maar wel snel. Bovendien ligt de gewenste temperatuur meestal hoger dan in een slaapkamer.
Een badkamer van 6 m² kan daarom een relatief krachtige kachel nodig hebben om in korte tijd aangenaam warm te worden.
Een vermogen van ongeveer 1.000 tot 2.000 watt is bij kleinere badkamers niet ongebruikelijk.
Bij elektrische verwarming in de badkamer is veiligheid minstens zo belangrijk als het vermogen. Een elektrische kachel moet geschikt zijn voor de plaats waar je hem gebruikt en mag niet zomaar dicht bij een douche of bad worden geplaatst.
Voor een badkamer is het daarom verstandig om de veiligheidszones en de voorschriften voor elektrische apparatuur in vochtige ruimtes te respecteren.
Hoeveel vermogen heeft een kantoor nodig?
Een thuiskantoor is vaak een ideale ruimte voor elektrische bijverwarming.
Je hoeft immers niet noodzakelijk de hele woning te verwarmen wanneer je acht uur aan een bureau zit.
Voor een kantoor van 10 tot 15 m² is ongeveer 500 tot 1.000 watt in een goed geïsoleerde ruimte vaak voldoende. Bij een koude kamer kan meer vermogen nodig zijn.
Een infraroodpaneel kan hier interessant zijn wanneer je vooral je werkplek wilt verwarmen. Je hoeft dan niet noodzakelijk de hele ruimte op dezelfde temperatuur te brengen.
Dat kan een groot verschil maken in energieverbruik.
Hoeveel vermogen heeft een schuur nodig?
Een schuur is vaak moeilijker te verwarmen dan een woning.
Veel schuren hebben weinig of geen isolatie. Ook zijn er vaak kieren en grote deuren die regelmatig opengaan.
Daardoor kan een elektrische kachel van 2.000 watt in een onverwarmde schuur verrassend weinig effect hebben.
Wil je alleen jezelf tijdens het klussen warm houden, dan kan gerichte infraroodverwarming interessanter zijn dan proberen de hele schuur op 20 graden te krijgen.
Wil je de hele ruimte verwarmen, dan moet je eerst kijken naar de isolatie. Een zware kachel in een slecht geïsoleerde schuur is vaak vooral een manier om buitenlucht te verwarmen.
Hoeveel watt heeft een elektrische kachel nodig in een serre?
Een serre is lastig te verwarmen.
Overdag kan de zon de ruimte flink opwarmen, maar zodra de zon verdwijnt, kan de temperatuur snel dalen. Vooral een serre met veel glas verliest in de winter veel warmte.
Voor een serre is daarom niet alleen het aantal vierkante meters van belang. De hoeveelheid glas en de kwaliteit daarvan zijn minstens zo belangrijk.
Een goed geïsoleerde serre kan met een relatief bescheiden vermogen worden verwarmd. Een traditionele serre met veel glas kan juist een zeer hoge warmtevraag hebben.
Een elektrische kachel van 2.000 watt kan in een kleine goed geïsoleerde serre voldoende zijn, maar voor een grotere glazen serre kan dat vermogen tekortschieten.
Voor een serre is het daarom vaak slimmer om de ruimte niet continu op dezelfde temperatuur te houden, maar alleen te verwarmen wanneer je hem gebruikt.
Hoeveel watt heb je nodig voor een tuinhuis?
Een tuinhuis is vergelijkbaar met een schuur, maar de verschillen zijn groot.
Een goed geïsoleerd tuinhuis met geïsoleerd dak, vloer en ramen kan relatief gemakkelijk worden verwarmd.
Een houten tuinhuis met enkel glas en kieren is veel lastiger.
Voor een klein, goed geïsoleerd tuinhuis van ongeveer 10 m² kan 1.000 watt al behoorlijk wat doen.
Bij matige isolatie is 1.500 watt een logischere uitgangswaarde en bij slechte isolatie kan 2.000 watt of meer nodig zijn.
Maar opnieuw geldt: als je het tuinhuis maar twee uur gebruikt, is het vaak verstandiger om snel plaatselijk warmte te geven dan om urenlang de hele ruimte op temperatuur te brengen.
Elektrische kachel voor een open ruimte
Een veel vergeten factor is een open verbinding.
Stel dat je een woonkamer van 25 m² hebt met een open deur naar een hal en een open trap naar boven.
Op papier verwarm je 25 m². In werkelijkheid ontsnapt een deel van de warme lucht naar de aangrenzende ruimtes.
De benodigde capaciteit kan daardoor veel hoger liggen.
Bij een open woonkeuken speelt hetzelfde probleem. Je moet dan eigenlijk kijken naar het hele gebied dat indirect door de kachel wordt beïnvloed.
Een deur dichtdoen kan in zo’n situatie soms meer effect hebben dan een zwaardere kachel kopen.
Waarom één grote kachel niet altijd de beste oplossing is
Stel dat je een grote woonkamer hebt waarin 3.000 watt aan verwarmingsvermogen nodig is.
Je zou dan kunnen denken dat één apparaat van 3.000 watt de ideale oplossing is.
Dat hoeft niet.
Twee kachels van bijvoorbeeld 1.500 watt kunnen de warmte gelijkmatiger verspreiden. Eén kachel staat misschien bij het raam terwijl de andere aan de andere kant van de kamer staat.
Daardoor ontstaan minder koude plekken.
Bij grotere ruimtes is verdelen van het vermogen daarom vaak verstandiger dan alles op één plek concentreren.
Te weinig vermogen: wat gebeurt er dan?
Een te kleine elektrische kachel heeft een duidelijk probleem.
Hij blijft lange tijd op vol vermogen werken, maar krijgt de ruimte niet op de gewenste temperatuur.
Je denkt dan misschien dat de kachel zuinig is omdat hij maar 1.000 watt gebruikt. In werkelijkheid is het mogelijk dat je hem veel langer moet laten draaien.
Een kachel van 2.000 watt die twee uur nodig heeft, gebruikt bijvoorbeeld evenveel stroom als een kachel van 1.000 watt die vier uur draait.
Een te kleine kachel is daarom niet automatisch zuiniger.
Te veel vermogen: waarom is dat ook niet ideaal?
Een te krachtige kachel lijkt aantrekkelijk. Je hebt immers snel warmte.
Maar een veel te zware kachel heeft ook nadelen.
Het eerste nadeel is het elektriciteitsverbruik wanneer hij voluit staat. Een kachel van 2.500 watt vraagt nu eenmaal meer vermogen dan een exemplaar van 1.000 watt.
Daarnaast kan een krachtige kachel een kleine ruimte heel snel opwarmen. Dat klinkt positief, maar een eenvoudige thermostaat kan daardoor vaker in- en uitschakelen.
Dat is niet per se een groot energieprobleem, maar het kan de temperatuurregeling minder prettig maken.
Nog belangrijker is de elektrische belasting. Een zware elektrische kachel kan een groot deel van de capaciteit van een groep gebruiken. Combineer je hem met andere zware apparaten, dan kan dat problemen opleveren.
Kies dus niet automatisch het grootste vermogen dat je kunt vinden.
Is iets meer vermogen dan berekend verstandig?
Een kleine marge is meestal wel prettig.
Stel dat je berekening uitkomt op 1.650 watt. Dan is een kachel van 1.500 watt waarschijnlijk wat krap, terwijl 2.000 watt meer speelruimte geeft.
Een thermostaat kan de kachel vervolgens uitschakelen zodra de gewenste temperatuur is bereikt.
Het voordeel van iets meer vermogen is vooral dat de kachel niet voortdurend op de grens hoeft te werken.
Een enorme overcapaciteit is echter nergens voor nodig.
Het doel is niet om de kamer zo snel mogelijk naar een tropische temperatuur te brengen. Het doel is om de gewenste temperatuur comfortabel en gecontroleerd vast te houden.
Waarom een thermostaat belangrijker kan zijn dan extra vermogen
Bij het kiezen van een elektrische kachel kijken mensen vaak vooral naar het wattage.
De thermostaat verdient minstens zoveel aandacht.
Een kachel met voldoende vermogen brengt een kamer op temperatuur. De thermostaat zorgt er vervolgens voor dat de kachel niet onnodig blijft verwarmen.
Een kachel van 2.000 watt met een goede regeling kan daardoor in de praktijk minder elektriciteit gebruiken dan een kachel van 1.500 watt die urenlang blijft draaien.
Het vermogen bepaalt dus vooral wat de kachel kan leveren.
De regeling bepaalt voor een groot deel hoe efficiënt je dat vermogen gebruikt.
Vermogen en stroomverbruik zijn niet hetzelfde
Deze twee begrippen worden vaak door elkaar gehaald.
Vermogen is de hoeveelheid elektriciteit die de kachel op een bepaald moment kan gebruiken. Dat drukken we uit in watt.
Verbruik is hoeveel elektriciteit er gedurende een bepaalde tijd daadwerkelijk wordt gebruikt. Dat drukken we uit in kilowattuur.
Een kachel van 2.000 watt heeft een vermogen van 2 kW.
Als hij één uur onafgebroken werkt, gebruikt hij 2 kWh.
Als de thermostaat hem in dat uur maar een half uur daadwerkelijk laat verwarmen, is het verbruik ongeveer 1 kWh.
Het benodigde vermogen en het uiteindelijke stroomverbruik zijn dus twee verschillende dingen.
Wat heeft isolatie met het benodigde vermogen te maken?
Eigenlijk is dit de kern van het hele verhaal.
Een elektrische kachel hoeft alleen het warmteverlies van de ruimte te compenseren.
Als een kamer nauwelijks warmte verliest, is weinig vermogen nodig.
Verliest de kamer veel warmte, dan moet de kachel voortdurend meer warmte toevoegen.
Dat verklaart ook waarom isoleren zo’n goede eerste stap kan zijn.
Met betere isolatie maak je de kachel niet zuiniger. Je zorgt ervoor dat de kachel minder hoeft te doen.
Dat is een veel belangrijker verschil dan het vaak lijkt.
Kun je het benodigde vermogen berekenen aan de hand van het energielabel?
Het energielabel is nuttige informatie, maar het geeft niet rechtstreeks het benodigde wattage van een elektrische kachel.
Een woning met een hoog energielabel is over het algemeen beter geïsoleerd en zal minder warmte verliezen dan een vergelijkbare woning met een laag label.
Maar een energielabel houdt rekening met de woning als geheel. Eén specifieke kamer kan daarvan afwijken.
Een hoekkamer met veel glas kan bijvoorbeeld een grotere warmtevraag hebben dan een slaapkamer in het midden van dezelfde woning.
Gebruik het energielabel daarom als aanwijzing, niet als exacte kachelcalculator.
Wat als je de ruimte alleen tijdelijk wilt verwarmen?
Dan verandert de manier waarop je naar vermogen moet kijken.
Wanneer je een ruimte continu op temperatuur wilt houden, is een vrij nauwkeurige dimensionering belangrijk.
Maar wanneer je een koude kamer snel comfortabel wilt maken, kan extra vermogen juist prettig zijn.
Denk aan een badkamer die je alleen ’s morgens gebruikt of een tuinhuis waarin je af en toe gaat zitten.
In zo’n situatie wil je niet noodzakelijk de hele dag een lage hoeveelheid warmte produceren. Je wilt in korte tijd een aangename plek creëren.
Een iets krachtigere kachel kan dan praktisch zijn, zolang de elektrische installatie het vermogen aankan.
Hoeveel vermogen heb je nodig als de ruimte al warm is?
Dit is een interessante situatie.
Wanneer een kamer eenmaal op temperatuur is, hoeft de kachel alleen nog maar het warmteverlies te compenseren.
De hoeveelheid warmte die nodig is om een kamer van 15 naar 20 graden te brengen is iets anders dan de hoeveelheid warmte die nodig is om een kamer die al 20 graden is op 20 graden te houden.
Daarom kan een kachel die op papier wat licht lijkt, in een goed geïsoleerde ruimte toch prima functioneren.
Het opwarmen duurt alleen wat langer.
Voor langdurig gebruik is dat vaak geen probleem.
Wat is beter: één krachtige kachel of meerdere kleinere?
Voor een kleine kamer is één kachel meestal het eenvoudigst.
Bij een grote of langwerpige ruimte kunnen meerdere kleinere kachels echter voordelen hebben.
De warmte kan beter worden verdeeld en koude hoeken worden voorkomen.
Er is nog een praktisch voordeel: je kunt het vermogen aanpassen aan de situatie. Misschien heb je op een milde avond genoeg aan één kachel, terwijl je op een koude dag beide nodig hebt.
Let wel op de elektrische groepen. Twee elektrische kachels betekenen niet alleen een betere warmteverdeling, maar ook een veel grotere belasting van het stroomnet in huis.
Een elektrische kachel bij zonnepanelen
Wie zonnepanelen heeft, kan geneigd zijn om een zo groot mogelijke elektrische kachel te kopen.
Dat is niet altijd verstandig.
Zonnepanelen leveren vooral overdag en in de zomer veel elektriciteit. De grootste behoefte aan verwarming ontstaat juist in de avond en winter.
Een elektrische kachel van 2.000 watt kun je op een zonnige winterdag gedeeltelijk laten draaien op eigen opgewekte stroom, maar je kunt er niet vanuit gaan dat zonnepanelen het volledige verwarmingsvermogen leveren.
Na het verdwijnen van de salderingsregeling wordt direct eigen verbruik van zonnestroom interessanter. Dat kan een reden zijn om overdag een werkkamer of andere ruimte gericht elektrisch te verwarmen.
Maar het benodigde kachelvermogen verandert daardoor niet.
Hoe weet je of je kachel krachtig genoeg is?
Een eenvoudige praktijktest werkt vaak verrassend goed.
Zet de kamer op de gewenste temperatuur en kijk wat er gebeurt tijdens koud weer.
Kan de kachel de gewenste temperatuur zonder voortdurend op maximaal vermogen te draaien redelijk vasthouden? Dan zit je waarschijnlijk goed.
Blijft de temperatuur bijvoorbeeld steken op 18 graden terwijl je 20 graden wilt, dan is het vermogen waarschijnlijk te klein of verliest de kamer te veel warmte.
Dat laatste onderscheid is belangrijk.
Een grotere kachel lost een isolatieprobleem namelijk maar gedeeltelijk op.
Als de warmte door slecht glas, muren of kieren naar buiten verdwijnt, blijf je met hoge energiekosten zitten.
Een handige tabel voor een eerste inschatting
Onderstaande tabel kun je gebruiken als vertrekpunt voor een normale kamer met een plafondhoogte van ongeveer 2,4 tot 2,6 meter.
| Kameroppervlak | Goed geïsoleerd | Gemiddeld geïsoleerd | Slecht geïsoleerd |
|---|---|---|---|
| 10 m² | 400-600 W | 600-800 W | 800-1.000 W |
| 15 m² | 600-900 W | 900-1.200 W | 1.200-1.500 W |
| 20 m² | 800-1.200 W | 1.200-1.500 W | 1.500-1.900 W |
| 25 m² | 1.000-1.500 W | 1.500-1.900 W | 1.900-2.300 W |
| 30 m² | 1.200-1.800 W | 1.800-2.300 W | 2.300-2.700 W |
| 40 m² | 1.600-2.400 W | 2.400-3.000 W | 3.000-3.600 W |
Zie deze tabel als een praktische schatting en niet als een exacte verwarmingsberekening.
Bij veel glas, hoge plafonds, meerdere buitenmuren, een open trap of een onverwarmde ruimte boven of onder de kamer kan meer vermogen nodig zijn.
Wat als je berekende vermogen boven 2.000 watt uitkomt?
Dat komt regelmatig voor.
Stel dat je voor een woonkamer ongeveer 2.700 watt berekent. Dan betekent dat niet automatisch dat je een elektrische kachel van precies 2.700 watt moet zoeken.
Je kunt bijvoorbeeld twee warmtebronnen gebruiken.
Dat kan zelfs een betere oplossing zijn. Eén kachel van 2.000 watt plus een kleinere aanvullende warmtebron kan bijvoorbeeld flexibeler zijn dan één zeer krachtige verwarming.
Je kunt de kleinere warmtebron uitschakelen wanneer dat niet nodig is.
Let wel goed op de groepen waarop de apparaten worden aangesloten.
Hoe voorkom je dat je te veel vermogen koopt?
Kijk eerst naar de ruimte en daarna pas naar de kachel.
Meet de lengte, breedte en hoogte.
Bekijk hoeveel muren aan de buitenkant zitten.
Kijk naar het glas.
Denk na over de isolatie van muren, dak en vloer.
Controleer of er deuren of open verbindingen naar koude ruimtes zijn.
Bepaal welke temperatuur je wilt.
En bedenk vooral hoe je de ruimte gebruikt.
Een slaapkamer die alleen voor het slapen wordt verwarmd heeft een andere aanpak nodig dan een woonkamer waarin je de hele avond zit.
De juiste elektrische kachel begint niet bij het wattage
Het klinkt misschien vreemd, maar het vermogen is eigenlijk pas het laatste onderdeel van de keuze.
Eerst moet je bepalen hoeveel warmte de ruimte nodig heeft.
Daarna kies je een kachel die dat vermogen kan leveren.
Vervolgens kijk je naar de manier waarop je de warmte wilt gebruiken.
Wil je de hele kamer verwarmen? Dan past een convectorkachel, keramische kachel of andere luchtverwarming vaak goed.
Wil je vooral jezelf of een vaste plek verwarmen? Dan kan infrarood interessanter zijn.
Wil je een koude ruimte snel opwarmen? Dan is een ventilatorkachel praktisch.
Het vermogen is dus belangrijk, maar het is niet het enige dat bepaalt of een elektrische kachel geschikt is.
Veelgemaakte fouten bij het kiezen van het vermogen
De eerste fout is alleen naar het aantal vierkante meters kijken.
De tweede is ervan uitgaan dat een kachel van 2.000 watt altijd voldoende is.
De derde is denken dat een hoger wattage automatisch meer energie kost. Dat hangt namelijk ook af van hoe lang het verwarmingselement actief is.
De vierde is een te lichte kachel kopen omdat die “zuiniger” zou zijn.
En de vijfde is een zware kachel gebruiken om een slecht geïsoleerde ruimte op te lossen.
Vooral die laatste fout kan duur uitpakken.
Als je een koude ruimte eerst beter isoleert, kan het benodigde verwarmingsvermogen sterk afnemen.
Het belangrijkste advies: kijk naar warmteverlies, niet alleen naar oppervlakte
De beste manier om het benodigde vermogen van een elektrische kachel te bepalen is eigenlijk heel logisch.
Je hebt zoveel vermogen nodig als nodig is om het warmteverlies van de ruimte te compenseren en de gewenste temperatuur te bereiken.
De oppervlakte is daarbij een handige eerste aanwijzing.
De inhoud maakt de berekening beter.
De isolatie maakt hem veel beter.
En de omstandigheden in de kamer bepalen uiteindelijk of je met een kachel van 1.000, 1.500, 2.000 of misschien meerdere duizenden watt uitkomt.
Voor een normale, goed geïsoleerde slaapkamer of werkkamer is een relatief klein vermogen vaak voldoende. Voor een gemiddelde woonkamer kom je al snel rond 1.500 tot 2.000 watt uit. Een grote of slecht geïsoleerde woonkamer, serre of tuinhuis kan aanzienlijk meer vermogen vragen.
Koop daarom niet automatisch de krachtigste elektrische kachel die je kunt vinden. Een te lichte kachel is vervelend omdat de ruimte niet warm genoeg wordt, maar een veel te zware kachel is eveneens onnodig.
Een goede vuistregel is: bereken eerst de warmtevraag, neem vervolgens een kleine marge en kies een kachel met een goede thermostaat. Daarmee heb je meestal meer aan een goed afgestemde kachel dan aan zoveel mogelijk watt.

Geef een reactie