Een mooi stuk vlees kan er aan de buitenkant perfect uitzien en van binnen toch nog rauw, droog of juist veel te gaar zijn. Met een goede vleesthermometer zie je wat er werkelijk in het vlees gebeurt. Je hoeft daardoor niet meer in het vlees te snijden om te controleren of het gaar is.

In dit artikel lees je waar je op moet letten bij het kiezen van de beste vleesthermometer. We bespreken onder andere het verschil tussen een digitale vleesthermometer en een ouderwetse prikthermometer met wijzerplaat, hoe een kernthermometer werkt, welke kerntemperaturen bij verschillende soorten vlees horen en hoe je op de juiste manier meet. Ook kijken we naar draadthermometers, instant-read thermometers en moderne draadloze vleesthermometers met Bluetooth.
Inhoudsopgave
- Wat is een vleesthermometer?
- De beste vleesthermometers
- Waarom is een vleesthermometer zo handig voor perfect vlees?
- Hoe werkt een kernthermometer precies?
- Digitale vleesthermometer of analoge prikthermometer?
- De ideale kerntemperatuur per vleessoort
- Garing en kerntemperatuur zijn niet precies hetzelfde
- Waar moet je op letten bij het kopen van een vleesthermometer?
- Draadgebonden vleesthermometer met timer
- Instant-read vleesthermometer voor snel meten
- Slimme draadloze vleesthermometers met Bluetooth
- Zo meet je de kerntemperatuur op de juiste manier
- Veelgemaakte fouten bij het meten
- Hoe kalibreer je een vleesthermometer?
- Kun je een vleesthermometer ook ergens anders voor gebruiken?
- Vleesthermometer gebruiken op de barbecue en in de oven
- Hoe maak je een vleesthermometer schoon?
- Welke vleesthermometer past bij jou?
- De beste merken voor een vleesthermometer
- Wanneer heb je geen vleesthermometer nodig?
- Ervaringen
Wat is een vleesthermometer?
Een vleesthermometer is een thermometer waarmee je de temperatuur binnen in vlees meet. Die temperatuur wordt ook wel de kerntemperatuur genoemd. Je steekt de meetpunt van de thermometer in het dikste gedeelte van het vlees en leest vervolgens af hoe warm het daar is.
Een vleesthermometer wordt daarom ook vaak een kernthermometer genoemd. Een braadthermometer is een andere benaming die je vooral tegenkomt bij thermometers die tijdens het braden in het vlees blijven zitten. De drie termen worden in de praktijk nogal eens door elkaar gebruikt, hoewel er technisch wel verschillen kunnen zijn.
Het grote voordeel van een vleesthermometer is dat je niet meer hoeft te gokken. De kleur aan de buitenkant zegt namelijk maar weinig over de temperatuur in het midden. Een dikke biefstuk kan aan de buitenkant al mooi bruin zijn terwijl het midden nog vrij koel is. Bij een kip kan het omgekeerde gebeuren: de buitenkant ziet er prima uit, terwijl het dikste gedeelte nog niet voldoende is verhit.
Een goede vleesthermometer maakt het daardoor veel eenvoudiger om vlees precies zo te bereiden als je het wilt.
De beste vleesthermometers
Hier vind je alle vleesthermometers die een 5 sterren waardering hebben gekregen. Kijk bij het beoordelen van een vleesthermometer niet aleen naar de nauwkeurigheid van de meting (het belangrijkste), maar ook naar gebruiksgemak, snelheid, afleesbaarheid en de manier waarop de thermometer in de keuken of bij de barbecue gebruikt kan worden.
Jouw persoonlijk beste keuze is overigens niet automatisch de thermometer met de meeste functies. Voor iemand die af en toe een biefstuk bakt, kan een eenvoudige snelle steekthermometer veel handiger zijn dan een uitgebreid draadloos systeem met meerdere sensoren.
Waarom is een vleesthermometer zo handig voor perfect vlees?
Vlees wordt niet gaar doordat er een bepaalde tijd verstreken is. Het wordt gaar doordat de temperatuur in het vlees voldoende is opgelopen. De bereidingstijd is slechts een hulpmiddel om dat te bereiken.
Dat verschil is belangrijk. Een recept kan bijvoorbeeld zeggen dat een braadstuk een uur in de oven moet. Maar een kleiner stuk vlees is dan misschien al veel verder gaar dan een groter stuk dat onder precies dezelfde omstandigheden wordt bereid.
Ook de temperatuur van het vlees voordat het de oven ingaat speelt een rol. Een koud stuk vlees uit de koelkast heeft meer tijd nodig om van binnen op temperatuur te komen dan vlees dat al een tijdje op temperatuur is gekomen.
Een vleesthermometer neemt een groot deel van die onzekerheid weg. Je kunt gewoon kijken hoe ver de temperatuur is opgelopen en daar je bereiding op aanpassen.
Niet alleen voor biefstuk
Een kernthermometer is niet alleen interessant voor mensen die graag een perfect medium-rare biefstuk willen bereiden. Hij is minstens zo nuttig voor rollades, kip, kalkoen, gehaktbrood, varkensvlees, lamsvlees en grote braadstukken.
Ook bij de barbecue komt een vleesthermometer goed van pas. Zeker bij langzaam garen op lage temperatuur kan het lastig zijn om aan de buitenkant te beoordelen hoe ver het vlees van binnen is.
Een ander voordeel is dat je minder vaak in het vlees hoeft te snijden. Elke keer dat je een groot stuk vlees opensnijdt, verlies je vocht. Met een thermometer kun je controleren zonder het vlees open te maken.
Hoe werkt een kernthermometer precies?
Een kernthermometer meet de temperatuur met een kleine temperatuursensor die in of vlak bij de punt van de metalen meetpen zit. Die sensor verandert onder invloed van temperatuur van elektrische eigenschappen. De elektronica in de thermometer vertaalt die verandering vervolgens naar een temperatuur die op het display wordt weergegeven.
Je hoeft dus niet te wachten totdat de hele metalen pen dezelfde temperatuur heeft als het vlees. De meting wordt bepaald door de sensor bij de punt.
Dat verklaart ook waarom de plaats waar je prikt zo belangrijk is. De sensor meet niet automatisch de gemiddelde temperatuur van het hele stuk vlees. Hij meet de temperatuur op de plek waar de sensor zich bevindt.
Prik je bijvoorbeeld vlak onder het oppervlak, dan meet je vooral de temperatuur van de buitenkant. Steek je de punt tegen een bot aan, dan kan de thermometer een andere temperatuur aangeven dan wanneer de sensor midden in het vlees zit.
Waarom een dunne meetpunt prettig is
Een goede steekthermometer heeft vaak een relatief dunne meetpen. Dat heeft twee voordelen. Je maakt maar een klein gaatje in het vlees en je kunt de sensor nauwkeuriger op de gewenste plek positioneren.
Bij een dik braadstuk is vooral de positie van de sensor belangrijk. Het gaat er niet om dat de hele metalen pen diep in het vlees zit. De gevoelige sensor moet op de juiste plaats zitten.
Digitale vleesthermometer of analoge prikthermometer?
De klassieke vleesthermometer heeft een wijzerplaat waarop je de temperatuur afleest. Bij een digitale vleesthermometer verschijnt de temperatuur op een elektronisch display.
De analoge thermometer heeft als voordeel dat hij eenvoudig is. Er zijn geen batterijen nodig en er zit weinig elektronica in die kapot kan gaan. Voor iemand die vooral een braadstuk in de oven maakt en de thermometer tijdens het braden laat zitten, kan zo’n traditionele braadthermometer nog steeds prima voldoen.
Het nadeel is dat een analoge thermometer doorgaans trager reageert. Bovendien is een wijzerplaat minder precies af te lezen. Een verschil van een paar graden zie je op een klein analoog display minder gemakkelijk.
Een digitale thermometer is meestal sneller en nauwkeuriger af te lezen. Vooral bij het bakken van steaks is dat prettig. Je prikt, wacht kort en ziet meteen hoe warm het midden is.
Daar komt nog iets bij: moderne digitale thermometers kunnen functies hebben zoals een verlicht display, automatische uitschakeling, een hold-functie, verschillende temperatuureenheden en soms meerdere sensoren.
Voor de meeste thuiskoks is een digitale vleesthermometer daarom de meest praktische keuze.
De ideale kerntemperatuur per vleessoort
Er bestaat niet één magische temperatuur waarbij vlees simpelweg “gaar” is. De gewenste temperatuur hangt af van de vleessoort, het stuk vlees, de bereiding en de gewenste garing.
Onderstaande temperaturen zijn daarom vooral praktische richtwaarden voor de gaarheid. Bij voedselveiligheid moet je daarnaast rekening houden met de soort vlees, de hygiëne en de bereidingswijze.
Rundvlees
Bij rundvlees wordt vaak onderscheid gemaakt tussen rood, medium-rare, medium en doorbakken.
Voor een biefstuk ligt medium-rare grofweg rond 50 tot 55 graden in de kern. Medium zit ongeveer rond 55 tot 60 graden en voor doorbakken loopt de temperatuur verder op.
Voor een groot stuk rundvlees is het verstandig om niet alleen naar de thermometer te kijken, maar ook rekening te houden met het nagaren. Nadat het vlees uit de oven, pan of barbecue komt, kan de kerntemperatuur nog enkele graden stijgen.
Varkensvlees
Varkensvlees wordt tegenwoordig vaak minder ver doorbakken dan vroeger. Bij een mooi stuk varkensvlees kan een relatief lage kerntemperatuur al een sappig resultaat opleveren, terwijl gehakt en bepaalde andere bereidingen anders behandeld moeten worden.
Bij varkensfilet of een vergelijkbaar mals stuk wordt vaak een kerntemperatuur in de buurt van 60 tot 65 graden aangehouden, afhankelijk van de gewenste garing.
Bij gehakt en gevulde bereidingen is een volledige verhitting belangrijker. Daar kun je niet zomaar dezelfde richtwaarde gebruiken als bij een heel stuk spierweefsel.
Kip
Kip vraagt extra aandacht. Bij kip is het belangrijk dat het vlees door en door voldoende wordt verhit.
Als praktische richtwaarde wordt vaak ongeveer 70 tot 75 graden in het dikste gedeelte aangehouden. Meet bij kip altijd op het dikste punt en controleer eventueel op meerdere plaatsen.
Een kipfilet kan aan de buitenkant al volledig gaar lijken terwijl het midden nog een stuk koeler is.
Kalkoen
Voor kalkoen geldt hetzelfde principe als voor kip. Vooral bij een hele kalkoen is het belangrijk om op meerdere plaatsen te meten, omdat borst en dij niet noodzakelijk dezelfde temperatuur bereiken.
Het dikste gedeelte van het vlees moet voldoende zijn verhit. Bij een hele vogel kan het bovendien nuttig zijn om zowel het dikste gedeelte van de borst als het vlees bij de dij te controleren.
Lamsvlees
Lamsvlees wordt, afhankelijk van het stuk, vaak rosé gegeten. Voor lamsfilet of lamsrack worden vergelijkbare richtwaarden gebruikt als bij rundvlees wanneer een rosé resultaat gewenst is.
Voor lamsgehakt ligt dat anders. Gehakt vlees moet doorgaans verder worden verhit dan een heel stuk vlees.
Gehakt
Gehakt verdient een aparte vermelding omdat bacteriën die aan de buitenkant van een stuk vlees zitten tijdens het malen door het hele product kunnen worden verspreid.
Daarom is de gewenste kerntemperatuur van gehakt niet zomaar te vergelijken met die van een biefstuk. Een vleesthermometer is juist bij gehaktballen, hamburgers en gehaktbrood erg handig omdat de kleur aan de binnenkant geen betrouwbare temperatuurmeter is.
Nagaren niet vergeten
Haal je vlees uit de oven of van de barbecue, dan stopt het garingsproces niet onmiddellijk. De buitenkant is veel heter dan het midden en die warmte blijft zich naar binnen verplaatsen.
Bij een groot braadstuk kan de temperatuur na het uit de oven halen daardoor nog behoorlijk oplopen. Dit wordt ook wel carry-over cooking of nagaren genoemd.
Wie daar rekening mee houdt, kan het vlees iets eerder uit de oven halen en voorkomt dat het uiteindelijk verder doorgaat dan de bedoeling was.
Garing en kerntemperatuur zijn niet precies hetzelfde
Het is verleidelijk om te denken dat een thermometer alleen maar hoeft te zeggen: 58 graden = medium. In werkelijkheid ligt het iets ingewikkelder.
De temperatuur heeft grote invloed op de garing, maar ook de tijd speelt een rol. Daarnaast verschilt vlees onderling. Een dunne biefstuk die snel tot een bepaalde temperatuur wordt gebracht, gedraagt zich anders dan een groot stuk vlees dat langzaam diezelfde temperatuur bereikt.
Ook het nagaren verschilt.
Een vleesthermometer is daarom geen vervanging voor kookervaring, maar juist een hulpmiddel om die ervaring veel beter reproduceerbaar te maken. Je leert bijvoorbeeld dat jouw favoriete biefstuk het lekkerst is wanneer je hem bij een bepaalde temperatuur uit de pan haalt.
Na een paar keer meten weet je veel beter wat voor jou werkt dan wanneer je alleen maar een recept met een vaste baktijd volgt.
Waar moet je op letten bij het kopen van een vleesthermometer?
Niet iedere vleesthermometer is voor hetzelfde gebruik bedoeld. Het belangrijkste is daarom niet hoeveel functies een apparaat heeft, maar of die functies passen bij hoe je kookt.
Meetbereik
Een vleesthermometer moet een voldoende groot meetbereik hebben voor het gebruik dat je voor ogen hebt.
Voor vlees zijn temperaturen rond de normale kooktemperatuur voldoende, maar een thermometer die ook voor bijvoorbeeld frituurvet of zeer hete oppervlakken gebruikt wordt, moet een veel groter bereik aankunnen.
Kijk daarom niet alleen naar de maximale temperatuur. Het lage meetbereik kan bijvoorbeeld belangrijk zijn als je de thermometer ook voor andere toepassingen wilt gebruiken.
Snelheid van meten
Bij een instant-read thermometer is snelheid belangrijk. Je wilt niet minutenlang met een open oven of barbecue staan terwijl je probeert te bepalen of een steak klaar is.
Een snelle thermometer is vooral prettig wanneer je meerdere stukken vlees achter elkaar controleert.
Bij een draadgebonden thermometer speelt snelheid minder een rol. Daar laat je de sensor meestal gewoon zitten terwijl de temperatuur langzaam oploopt.
Nauwkeurigheid
Een verschil van één of twee graden kan bij een stuk vlees dat precies medium moet worden een behoorlijk verschil maken.
Let daarom niet alleen op hoeveel cijfers het display toont. Meer decimalen betekenen niet automatisch dat de thermometer ook werkelijk nauwkeuriger meet.
Een thermometer die 58,3 graden toont, is niet per definitie beter dan een exemplaar dat 58 graden toont. De kwaliteit en stabiliteit van de sensor zijn belangrijker dan het aantal cijfers op het scherm.
Het display
Een groot en duidelijk display is in de praktijk belangrijker dan het misschien lijkt.
Je wilt de temperatuur kunnen aflezen zonder je hoofd vlak boven de hete pan of barbecue te moeten houden. Een verlicht scherm is vooral handig wanneer je bij weinig licht buiten aan het barbecueën bent.
Een display dat de gemeten temperatuur vasthoudt nadat je de thermometer uit het vlees haalt, kan eveneens prettig zijn.
Hittebestendigheid van de kabel
Bij een draadgebonden vleesthermometer loopt de kabel van de sensor naar de elektronica buiten de oven of barbecue.
Niet iedere kabel kan tegen dezelfde temperatuur. Let daarom goed op de opgegeven hittebestendigheid en zorg dat het gedeelte van de kabel dat daarvoor bedoeld is ook daadwerkelijk in de hete omgeving terechtkomt.
De kabel mag bijvoorbeeld niet zomaar langs een heet verwarmingselement of direct tegen een gloeiende barbecueplaat liggen.
Lengte en vorm van de meetpen
Bij een dik braadstuk is een langere meetpen handig. Voor een dunne steak heb je juist meer aan een fijne, dunne punt waarmee je heel precies kunt prikken.
Een thermometer voor een hele kip of rollade hoeft dus niet dezelfde vorm te hebben als een thermometer voor hamburgers of steaks.
Waterbestendigheid
Een thermometer die spatwater kan verdragen is veel praktischer in de keuken. Bij schoonmaken, marineren en barbecueën komt een thermometer nu eenmaal gemakkelijk met vocht in aanraking.
Waterbestendig is overigens niet hetzelfde als volledig onderdompelbaar. Dat onderscheid is belangrijk bij het schoonmaken.
Draadgebonden vleesthermometer met timer
Een draadgebonden thermometer heeft een sensor die in het vlees blijft zitten. Via een hittebestendige kabel is deze verbonden met een display of meetunit die buiten de oven of barbecue staat.
Dit systeem is ideaal voor een groot stuk vlees dat langzaam wordt bereid.
Je hoeft de oven niet steeds te openen. Je kunt van buitenaf zien hoe de temperatuur zich ontwikkelt en bij sommige thermometers kun je een alarm instellen. Zodra een ingestelde temperatuur is bereikt, krijg je een waarschuwing.
Dat maakt zo’n braadthermometer vooral interessant voor rollades, grote stukken rundvlees, kip, kalkoen en barbecuebereidingen.
Het nadeel is dat je met een kabel zit. Bij het in- en uitladen van de oven moet je daar rekening mee houden.
Instant-read vleesthermometer voor snel meten
Een instant-read thermometer gebruik je anders. Je houdt hem niet tijdens de hele bereiding in het vlees. Je prikt op verschillende momenten kort in het vlees en leest de temperatuur af.
Dit is de meest veelzijdige oplossing voor veel thuiskoks.
Een steak in de koekenpan? Even meten. Een gehaktbrood in de oven? Meten. Kip op de barbecue? Meten.
Het grote voordeel is dat je geen kabels hebt en de thermometer klein kunt opbergen. Een goede instant-read kernthermometer is daardoor voor veel mensen de beste eerste aanschaf.
Slimme draadloze vleesthermometers met Bluetooth
Er zijn tegenwoordig ook draadloze vleesthermometers waarbij de sensor via Bluetooth met een smartphone of ontvanger communiceert.
Het grote voordeel is dat je niet voortdurend bij de oven of barbecue hoeft te blijven. Je kunt de temperatuur op afstand volgen en bij sommige systemen meerdere temperaturen tegelijk bewaken.
Dat is vooral interessant bij lange barbecuebereidingen. Je kunt bijvoorbeeld zien hoe snel de kerntemperatuur van een groot stuk vlees oploopt zonder steeds het deksel van de barbecue te openen.
De keerzijde is dat zo’n systeem complexer is. Je hebt een accu of batterij, verbinding tussen apparaten en meestal een app nodig. Voor iemand die alleen af en toe een biefstuk bakt, is dat waarschijnlijk meer techniek dan nodig.
Voor fanatieke barbecueërs kan het juist een enorme verbetering zijn.
Zo meet je de kerntemperatuur op de juiste manier
De thermometer kan nog zo goed zijn, maar een verkeerde meetplek geeft een verkeerde uitslag.
Prik daarom bij een dik stuk vlees bij voorkeur in het dikste gedeelte. De sensor moet ongeveer in het midden van het vlees terechtkomen en niet vlak onder het oppervlak.
Bij een dun stuk vlees kan dat lastiger zijn. Je kunt de thermometer dan beter vanaf de zijkant inbrengen. Daardoor komt de punt in het midden van het vlees terecht zonder dat je door het hele stuk heen prikt.
Meet meerdere plekken bij groot vlees
Een groot stuk vlees kan op verschillende plaatsen verschillende temperaturen hebben. Dat geldt vooral wanneer de warmte niet helemaal gelijkmatig door het vlees trekt.
Meet daarom bij een groot stuk vlees eventueel op twee of drie plaatsen. De koudste plek is vaak interessanter dan de warmste plek.
Bij een hele kip kun je bijvoorbeeld niet volstaan met één meting in een willekeurige plek. De borst, dij en andere delen kunnen behoorlijk verschillen.
Veelgemaakte fouten bij het meten
Een veelgemaakte fout is dat de meetpunt tegen een bot terechtkomt. Bot geleidt warmte anders dan het omliggende vlees en kan daardoor een vertekende meting geven.
Ook vet kan voor problemen zorgen. Vet en mager spierweefsel gedragen zich tijdens het verwarmen niet precies hetzelfde. Prik daarom bij voorkeur in het vlees zelf.
Een andere fout is te dicht bij het oppervlak meten. De buitenkant van vlees is tijdens het bakken veel heter dan het midden. Een meting vlak onder de korst zegt daardoor weinig over de werkelijke kerntemperatuur.
Bij dunne stukken vlees wordt vaak te recht van boven geprikt. Prik je vanaf de zijkant, dan kun je de punt veel gemakkelijker precies in het midden krijgen.
En dan is er nog een praktische fout: meten nadat het vlees al een tijdje op het bord ligt. De temperatuur verandert na het uit de oven of pan halen nog. Wil je weten hoe ver het vlees tijdens de bereiding is, meet dan voordat je het uit de warmtebron haalt of direct erna.
Hoe kalibreer je een vleesthermometer?
Een thermometer kan na verloop van tijd iets gaan afwijken. Daarom is het verstandig om hem af en toe te controleren.
Dat kan vrij eenvoudig met ijswater.
Kalibreren met ijswater
Vul een glas met veel ijs en voeg koud water toe. Roer het geheel even door en wacht kort totdat er een stabiel ijswatermengsel ontstaat.
Steek de meetpunt in het water zonder dat deze de bodem of zijkant van het glas raakt. De temperatuur hoort rond het vriespunt te liggen.
Wijkt de thermometer duidelijk af, dan weet je dat de meting mogelijk gecorrigeerd moet worden.
Sommige thermometers hebben een kalibratiefunctie. Bij andere kun je niets aanpassen en kun je alleen rekening houden met de afwijking.
Kalibreren met kokend water
Je kunt ook een controle uitvoeren met kokend water. Onder normale omstandigheden ligt de temperatuur rond het kookpunt van water.
Maar hier zit een belangrijke adder onder het gras. Water kookt niet overal bij exact dezelfde temperatuur. De luchtdruk en hoogte boven zeeniveau hebben invloed op het kookpunt.
Daarom is ijswater voor een eenvoudige controle thuis meestal betrouwbaarder en gemakkelijker te interpreteren.
Je hoeft een vleesthermometer ook niet voortdurend te kalibreren. Als hij jarenlang ongeveer hetzelfde aangeeft en goed overeenkomt met een betrouwbare referentiethermometer, is er meestal geen reden om daar steeds aan te sleutelen.
Kun je een vleesthermometer ook voor andere temperatuurmetingen gebruiken?
Ja, vaak wel. Een vleesthermometer is in feite een algemene voedselthermometer zolang het meetbereik en de constructie daarvoor geschikt zijn.
Je kunt hem bijvoorbeeld gebruiken voor:
- frituurvet
- olie
- melk
- water
- sauzen
- jam
- chocolade
- brooddeeg
- babyvoeding
- zelfgemaakt ijs
- koffie of thee
Voor sommige toepassingen is een speciale thermometer echter handiger.
Bij chocolade is bijvoorbeeld een goed afleesbare thermometer met een geschikt meetbereik bela

Geef een reactie